Lukas 15 – deel 2 

De jongste zoon 

Ik heb altijd geleerd dat de jongste zoon vergeleken wordt met de tollenaars en de oudste zoon met de farizeeën en schriftgeleerden. Dat is ook zo én het is een manier om het op afstand te houden van jezelf. In de vorige blog hadden we het erover dat God tot jou wil spreken door het Levende Woord en dat dit als een tweesnijdend zwaard is. Lees hier terug als je dit gemist hebt. We kijken vandaag naar de jongste zoon en dit kan wel eens pijn doen, want als ik naar mijn eigen leven kijk en echt even eerlijk en oprecht durf te kijken, dan herken ik mezelf misschien wel in deze jongste zoon. Heel eerlijk, tussen jou en mij: ik herken mezelf er iedere dag in. En jij?

We gaan in deze blog kijken wat er precies gebeurt en dat doen we aan de hand van de weg die de jongste zoon loopt. Daarmee beginnen we met opeisen.
 
Tip! Deze blog is best lang, je kunt ervoor kiezen om tot de volgende blog elke dag een kopje te lezen. Dat zijn er 8, precies genoeg tot de volgende blog van volgende week!

Opeisen: “Vader, geef mij het deel van het bezit waar ik recht op heb”. Wat hier gebeurt, is dat de jongste zoon zegt: “Vader, u bent dood voor mij. Ik wil mijn erfenis en ik ga ervan door. Ik zoek het verder uit zonder u en ik eis dat ik krijg waar ik recht op heb.” Zo. Man. Dát zeg je toch niet? Zeker niet tegen God?! 

Dit stuk doet mij erg denken aan de zondeval. Eva staat bij de boom en de duivel trekt haar stukje bij beetje op een plek waar ze zich van God afkeert. God was er bij, bij die boom. Eva had elk moment kunnen zeggen: “Heer, wat die slang zegt is iets nieuws, wat vindt U ervan?” Maar ze kiest om dat niet te doen en om zelf te beslissen. Ze kiest voor iets waar zij ‘recht’ op heeft, namelijk in haar geval kennis van goed en kwaad. Ze kiest tegen God en denkt te kiezen voor vrijheid. Eigenlijk zegt ze: “Vader, geef mij het deel van het bezit waar ik recht op heb”. Ze kiest voor een leven zonder de inspraak van God in plaats van een leven met deze inspraak. Ze kiest voor wat lijkt op vrijheid en kiest daarmee voor de dood. 

Zie je de overeenkomst met deze gelijkenis? Sta jij wel eens bij die boom? Kies jij wel eens om dingen zelf te doen, om voor iets te kiezen waarvan het lijkt dat het vrijheid geeft en waar in je in gedachten ook steeds meer overtuigd raakt van die vrijheid? Ik heb recht op een goed leven, dus ik kies ervoor om..? Vul zelf maar de regel in die jij liever breekt dan dat je hem houdt. Ik zal een voorbeeld geven uit mijn eigen leven. Ik vind de Corona-regels ingewikkeld. Ik vind het stom, ik ben het zat, ik ben er klaar mee. Ik wil vrijheid en ik wil niet meer dat gezeik met afstand tot lieve mensen en met maar weinig mensen zien. Ik weet niet eens wat ik ervan vind, helpt het nu echt? Is dit nu de weg die wijs is? Tegelijk weet ik dat de overheid is aangesteld door God om voor ons te zorgen en door aan de overheid te gehoorzamen, gehoorzaam ik ook aan God. Zo vaak denk ik (en dat wordt stapje bij beetje meer): “joh, die ene persoon extra in huis” of “die ene knuffel met die persoon” of “God zal dit toch ook niet zo willen, we hebben toch ook wel meer contact nodig?”. Herken je dit? Wat is het wat jij vandaag hebt opgeëist? Je maakt vrijheden voor jezelf, waar niet is gezegd dat dit een plek van vrijheid is. Maar ik heb er toch recht op? Geef mij waar ik recht op heb!

Weglopen: En daarmee lopen we weg van de plek waar God is. We kiezen ons eigen pad. Oh en wat een keuzevrijheid is daar! Elke weg is mogelijk. En van de ene regel breek je zo ook de volgende en de volgende. Want ja. Regels zijn toch maar ingewikkeld en ik leef toch een leven in vrijheid? Die erfenis heb ik toch gehad? En dit gebeurt in het groot in ons leven en in de levens om ons heen, en net zo goed in het klein. Als je kiest om dingen zonder God te doen, zoals je agenda vullen, je werk. Eigenlijk alles waarbij je er bewust of onbewust voor kiest om het zonder God te rooien. Wat is dat in jouw leven? Welke plek in jouw leven heb je vandaag of lang geleden de keuze gemaakt om dat zonder God te doen? 

Losbandig leven leiden: En zo kom je in een ‘vrij’ leven, waar in jij bepaalt wat goed is en wat niet goed is, of in een vrij stuk in je dag, waar jij bepaalt wat je doet. Ik kies toch zelf hoe mijn agenda eruit ziet? En het leven voelt fantastisch! Hier komen dat gaat geleidelijk, in de loop van de tijd. In het begin zeg je: “God vindt het vast niet erg als ik..” en na een tijd denk je daar niet meer aan. Waar is God überhaupt? Je bent een stuk verder gelopen en je hebt een heerlijk leven! Niemand die jou iets voorschrijft! Je vult je leven met wat je wilt. In de gelijkenis is dat seks en feesten. Ik vul mijn leven met mijn eigen feesten, namelijk lekker geen bijbel lezen en niet bidden. Lekker niet naar de kerk en zelf bepalen wat ik doe. En ook met mijn eigen seks, namelijk hier liefde halen door aandacht te vragen en dan weer daar. Hier vissen naar complimentjes en zoeken naar verbinding, maar geen verbinding krijgen, omdat het kort en snel is waar ik dan naar zoek. Hoe zit dat bij jou? Welk deel in jouw leven is losbandig? Is ‘vrij’? 

Gebrek lijden: En dan op een dag of op een moment in de dag komt er hongersnood. Letterlijk: kan, maar waarschijnlijk niet letterlijk in dit land. Grote kans dat dit geestelijke hongersnood is. Deze vrijheid is toch niet zo’n grote vrijheid, hier moet ook gewerkt worden. Hier moet gegeten worden. Hier heb ik ook liefde nodig. En je begint je leven te vullen met de liefde van een ander die weer verdwijnt. Herken je dit? Anderen moeten je aardig vinden. Anderen moeten in je investeren (tijd, aandacht, geld). En je bent er achter gekomen dat dit helemaal niet vult. Dus nu heb je honger. Honger naar liefde en dat ga je zoeken. Je gaat er voor werken. Je wordt een slaaf en werkt om die plek maar te vullen. Dit doen we allemaal, helaas. De wereld is er vol van, kijk maar op tv, kijk maar op straat, in je kerk, overal. We leven in een wereld waar we toegang hebben tot de liefde van God die ons waarde geeft, maar we keren ons er zo vaak van af dat we gebrek lijden. En jij? Waar in ervaar jij dat je hard aan het werk bent? Wie moet jou aardig vinden? Of waar moet jij goed in zijn? Of.. waar kan jij niet zonder? 

Bij zichzelf komen: Dit was de weg omlaag. Nu gaan we weer omhoog. Hoe het gebeurt in de gelijkenis staat er niet. Mijn ervaring is dat het écht een soort bij jezelf komen is. Wat doe ik eigenlijk? Waarom ben ik nu zo op zoek naar bevestiging? Wat maakt dat ik hier zo enorm goed in wil zijn? Iemand die iets tegen je zegt en je begint erover te denken. Het begint te knagen. Een gebed wat je zelf uitspreekt of een Bijbeltekst die je leest wat je ineens raakt en het lijkt net of het iets opent. Een klein beetje licht breekt er door heen. Hé. Wat doe ik eigenlijk? Dit vraagt om reflectie. Dit vraagt om lef. Ik druk dit vaak heel vaak weg voordat ik het daadwerkelijk aan ga, daarmee lieg ik tegen mezelf. “Nee hoor, ik ben helemaal niet op zoek naar…, het gaat fantastisch met mij!” Totdat ineens het besef binnenkomt, van meerdere kanten komt de honger en ik besef: “ik zit in een hongersnood en ik heb nog minder te eten dan de varkens. Laat ik maar voor de vader gaan werken, dan heb ik tenminste beter te eten.”

Vertrekken: Na dit inzicht staat er dat hij meteen vertrok naar de vader. Er zit een soort haast in. Het bij zichzelf komen kan een lang proces zijn, een zoektocht, een ontkennen. Gedachten als ‘ik doe het zo slecht nog niet’ komen daarbij eerst en volgen door ‘ik ben het niet meer waard om ook maar iets te ontvangen’. Dikke weerstand om naar God toe te gaan met die dingen die je niet goed hebt gedaan, wordt opgevolgd door een haast, een verlangen om bij God te zijn. Deze wandeling terug naar de vader wisselt per keer hoe lang deze is. Wat kenmerkend is, is dat we proberen het met werken terug te verdienen. Herken je de gedachte van: ‘als ik maar genoeg bid dan gebeurt dit niet meer’ of ‘ik zal vanaf nu elke week naar de kerk gaan’? Deze jongste zoon oefent onderweg zijn tekst: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.”

Praten tegen de vader: Als hij bij de vader komt begint hij met spreken: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden..” En voordat hij verder kan praten, onderbreekt de vader hem. Hij wil niet meer horen. Herken je dat? Je hebt de drempel overwonnen en bent met alles wat je dwarszit, waar je mee geworsteld hebt naar God gegaan en zegt tegen Hem: Heer, ik heb gezondigd, vergeef me, ik zal vanaf nu .. En verder kom je niet. Want God vergeeft. Hij is blij dat je na deze worsteling terug bent en je hoeft hier alleen maar bij Hem zijn. In het begin van de blog vroeg ik waar jij vrijheden hebt geëist, waar jij weg bent gelopen van de Vader en waar jij een losbandig leven leidt. Durf je dit nu op dit moment tegen God te zeggen?

Feestvieren: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren. Dit is het grote antwoord van God op jouw terugkomst. Vier je mee? Vier je het feest mee wat God voor jou geeft? Dat jij terug bent gekomen? Dat je de durf hebt gehad om uit welke hongersnood dan ook terug te komen? 

Dank U Heer, dat U ons ook nu omhelst en met ons feestviert! Dank U Heer, dat we verloren waren, want nu zijn we FOUND.