Lukas 15 – deel 3

De oudste zoon 

 
We zijn bezig in een serie blogs over Lukas 15 en vandaag duiken we samen in het leven van de oudste zoon. Als je inhaakt en denkt: “oudste zoon? Serie? Waar heb je het over Willeke?” Lees dan even deze en deze blog terug.

We hadden het in de vorige blog over de jongste zoon en soms denk ik: “mennn die jongste zoon, dat doe je toch niet? Wie vertrekt nou als hij zo’n lekkere plek heeft om te zijn en het zo goed heeft? En dan ook nog zo terug komen en een feest krijgen..!” En voor ik het door heb betrap ik mezelf er op dat dát is wat de oudste zoon ook zo dacht. Oh nee hè.. Ben ik die dan ook..? 

Als ik aan de oudste zoon denk, dan denk ik allereerst aan trouw. Hij regelt het wel, hij werkt hard en doet dat ook nog voor God. Hij weet hoe het reilen en zeilen op de boerderij werkt en weet ook wie er voor hem werken. Ja, hij weet een hoop en heel deze boerderij is van hem, hij heeft het immers geërfd. Ja, zijn vader is er nog en die maakt ook wel de dienst uit. Hij vraagt dus ook nergens om, werkt hard en draagt zo zorg voor zichzelf, zijn vader en zijn personeel. De laatste keer dat hij met de vader echt gepraat heeft, weet hij niet meer. Hij zegt de standaard dingen: “Sorry hoor, dat ik vandaag vast ook weer niet alles goed heb gedaan.” Hij zegt goedemorgen en slaap lekker en staat voor dag en dauw op om te werken. Zijn broertje is hij ondertussen vergeten. Af en toe denkt hij: “Blij toe dat die hier niet is, wat een rommel zou het wezen als die er nog was. Die kan niet eens voor zichzelf zorgen. Makkelijk dat ik het nu niet hoef te doen.” 

Beetje overdreven neergezet, ik weet het. Maar.. herken jij jezelf in stukjes hiervan? Ik ben best vaak hard aan het werk voor God. Ik doe van alles in de kerk en kan makkelijk denken dat het niet genoeg is, dan werk ik nog een stukje harder. Tot ik het idee heb dat het genoeg is. Ik vraag vergeving, doe mijn ding weer en ga weer slapen. Ik vraag niet om zo veel en vind wel van alles van de mensen om mij heen. Oh.. als ik daar ben, dan ben ik echt ver van de Vader verwijderd en als ik daar ben, ben ik echt op een plek waar ik niets begrepen heb van wie de Vader nu eigenlijk is en wie ik zelf eigenlijk ben. 

Ik ben dan namelijk op een plek waar ik leef vanuit angst. Angst voor tekort, angst dat ik het niet goed doe. En waar deze angst overheerst, heerst niet de liefde van God zelf. Hij wil mij elke dag vertellen wat ik kan doen op de boerderij en Hij wil elke keer opnieuw met mij leven. Maar ik ben dan bang dat ik het niet goed doe, dat ik te kort schiet. Dat ik nooit aan de hoge eisen van de Vader kan voldoen. Dus ik werk en werk. 

Herken jij dit? Bij mij duurde het even voor ik dit bij mezelf herkende. Ik herkende het wel bij de mensen om mij heen. Ik dacht dat vooral mensen in de kerk hard aan het werk waren om het allemaal voor elkaar te boksen, maar zelf leefde ik wel in de genade, zo verkondigde ik mezelf. 

Totdat God een andere kant liet zien en zei dat iedere keer als ik iets vind van de ander, van het werk van de ander, hoe iemand er uit ziet, wat hij/zij heeft, dat ik dan ben zoals deze zoon. Dat ik dan bezig ben om de ander te veroordelen en die niet zie als mijn broer of zus waarvan de Vader minstens zo veel houdt als van mij. En dat ik dan leef in angst. Waarom haal jij de ander naar beneden door woorden of gedachten? Ik omdat ik bang ben dat ik niet goed genoeg ben. Ik moet beter zijn dan de ander. Ik heb het meer verdiend om iets te krijgen dan de ander, ik heb minstens zo hard gepresteerd. En het komt in zo veel om de hoek kijken: in een huis, auto, werk, gezin, maar ook in geloof. Ik heb toch wel meer van de Heilige Geest verdiend? Waarom heb ik die ene gave nog niet gehad? Ik geloof toch goed genoeg? 

De oudste zoon wordt woedend en hij vertikt het om het feest in te gaan. Hij zegt dat hij zo hard gewerkt heeft en dat hij nooit iets heeft gehad. Voel je hoe voorwaardelijk deze liefde is? Als ik dit doe, dan ontvang ik dat. Herken je dat in je eigen leven? 

En ergens had hij nog een goed punt ook! De vader had het vermogen verdeeld, dus dat waar de oudste zoon voor aan het werken was, was ook van hem en zijn vader slacht dat vetgemeste kalf van hem ook nog eens voor die dode broer, die zwerver, arrogante collega, vervelende buurman, die puber in de kerk die achterin zit te klieren. Hallo! Dat is van mij! Het kost de oudste zoon dus daadwerkelijk wat dat zijn broertje weer thuis is gekomen. Hij begrijpt alleen niet, zoals ik ook vaak niet begrijp, wat de diepte is van de thuiskomst van dit broertje. 

De Vader komt ook naar hem toe en nodigt hem uit op het feest. Hij luistert naar alle verwijten en vertelt wat echte liefde is. Daar in een latere blog meer over. Zie je wat de Vader doet? Hij komt ook op deze zoon af. Hoe het eindigt is de vraag, dat vertelt de gelijkenis niet. Dat is nu, op dit moment, de vraag aan jou. Wil jij op die plekken in jou leven, waar jij je gedraagt als de oudste zoon, het feest mee vieren? Of wil je blijven in de voorwaardelijke liefde en het harde werken? 

Ik daag je uit. Neem een pauze en vraag God waar jij je als oudste zoon gedraagt, misschien weet je het al door het lezen van deze blog. Vraag toch maar, Hij wil het aan jou vertellen. Hij wil namelijk mét je leven en niet langs elkaar heen. Vertel aan God wat jou woedend maakt, waarom jij het oneerlijk vindt, hoe hard je ervoor gewerkt hebt. En kies dan. Kies of om in deze jaloerse boze houding te blijven, of kies om het feest mee te vieren en je te verheugen om dat wat jou wat gekost heeft en de ander wat opgeleverd. 

Ik bid dat God jou zegent en dat je mag proeven wat zijn onvoorwaardelijke liefde is.