Blog - De zorg om wat verloren is - deel 5

Toen ik begon aan deze serie heb ik geschreven dat we het over vijf keer zouden verdelen. Er kan nog zo veel meer over geschreven worden en dat is, door de eeuwen heen, ook al gedaan. Deze gelijkenis bevat het hele evangelie. Hier in zie je zo veel van God en zo ontzettend veel van onszelf. Ik heb gezegd dat we het over drie zonen gingen hebben, maar de gelijkenis begint ermee: ‘Een Vader had twee zonen.” Waarom dan een derde? Waar haal ik die vandaan?

Ik neem je mee in mijn gedachtegang. Jezus vertelt deze gelijkenis aan de schriftgeleerden, farizeeën en tollenaars (Lukas 15:1-2). De oudste zonen (schriftgeleerden en farizeeën) die dachten dat ze de genade van God verdiend hadden en vooral heel hard aan het werk waren (lees meer in deze blog) en de tollenaars die door het volk gezien werden als uitschot, als losbandig (lees er meer over in deze blog). Maar wie is nu dé zoon van God? Jawel! Jezus. Hij is diegene die het hier vertelt. Hij geeft daar in twee opties: leef je als de oudste, of leef je als de jongste zoon? Beide opties, zo hebben we gezien, zijn gecompliceerd en geven afstand tot de Vader. En beide opties leven we met groot regelmaat. 

Jezus laat een andere weg zien. Hij is de Zoon die een andere optie koos. Hij is de Zoon van de Vader die niet morrend bij de Vader bleef en ook niet die zoon die een losbandig leven leidde. Hij is de Zoon die ons kwam halen. 

Hij kwam jou halen. 

Het is Goede Vrijdag en juist vandaag zien we hoe Gods liefde is en wie Jezus voor ons is. Ik neem je daar in mee vandaag. In een eerdere blog heb ik het erover dat het eerste stuk van deze gelijkenis te vergelijken is met de zondeval, namelijk dat we onze eigen weg hebben gekozen en tegen Gods nabijheid hebben gekozen. (Lees hier verder.) Vanaf dat moment konden we niet meer bij God de Vader komen. De heiligheid was te ver weg. De heilige plek van het paradijs, waar Adam en Eva met God wandelden, voor Hem de aarde onderhielden en altijd in Zijn nabijheid waren, was gesloten. Sindsdien zijn we allemaal jongste zonen die dwalen, die losbandig leven of die als de oudste zoon genade zelf proberen te verdienen. Vanaf het moment van de zondeval was de afstand te groot om van mensen bij God te komen. En om die afstand te overbruggen werd er keer op keer een offer gebracht. Een lam, een bok, een kalf, duiven. Elke keer opnieuw, omdat het niet een blijvend offer kon zijn, de prijs was veel hoger dan de prijs van het dier. En de weg naar God toe was alleen mogelijk door deze offers, daar in rustte de zegen. 

Liefde is niet dwingend zagen we eerder. Gods liefde voor ons is ook niet dwingend. Jezus liefde voor jou is zo groot, dat Hij koos om de kloof die wij niet konden overbruggen voor ons te overbruggen. Hij koos ervoor om de plek waar God woont te verlaten, op reis te gaan, een leven te leiden, afgeranseld te worden, dood te gaan en weer terug te keren naar de Vader. 

De prijs van genade 

Riep jij vroeger ook wel eens ‘genade, genade!’ als je oudere broer of zus boven op je zat en jou in de houtgreep hield? Die persoon liet los en het was weer goed. Gratis. Geen kosten. Dat is geen genade. Het is aardig, het is ook fijn dat je niet meer in de houtgreep werd gehouden. Maar het is geen genade.

Genade begint ermee dat de één iets kapot maakt. Ik maak bijvoorbeeld jouw auto kapot. Dure grap. Zo duur dat ik het niet kan betalen en dan kom jij en zegt tegen mij: "nee joh, ik betaal wel. Het zijn mijn laatste centen en toch betaal ik alles van deze schade en weet je wat? Ik geef jou de auto die je kapot hebt gemaakt, die van mij was, die geef ik aan jou." Dát is genade. Je wordt begenadigd. Je wordt vrijgesteld van dat wat jij kapot had gemaakt en je kunt weglopen zonder dat je krom hoeft te liggen om elke cent op te hoesten. Daarnaast krijg je iets wat je nooit hebt verdiend, wat je nooit kan betalen en wat hoe je het ook bekijkt nooit van jou is of geweest kan zijn. 

In de gelijkenis zie je dat de jongste zoon genade krijgt. Hij wordt begenadigd: hij wordt vergeven, krijgt nieuwe kleding, wordt weer de zoon van de Vader en hij krijgt een feest ter ere van hem! Zie je dat Gods genade meer is dan vrijspreken? Het is zo veel meer. Het is aangenomen worden als kind en daarbij alle overvloed krijgen wat daarbij hoort. 

De oudste zoon wordt hier boos om, woedend zelfs. En hij had nog een goed punt ook! De vader had het vermogen verdeeld, dus dat waar de oudste zoon voor aan het werken was, was ook van hem en zijn vader slacht dat vetgemeste kalf van hem ook nog eens. Wat een dure prijs voor een dood gewaand broertje wat weer thuis is! 

Nu met Pasen laat Jezus zien dat de prijs nog veel duurder is dan een vetgemest kalf. De waarde van wat wij kapot hebben gemaakt is zo hoog, dat wij zelf de eeuwigheid nodig hebben om dit terug te betalen. 

Dit kruis, waar Jezus vandaag voor jou aan hangt: dat is liefde, dat is genade. En hier in zie je dat genade nooit, maar dan ook echt nooit gratis is. Het kostte Jezus namelijk alles. Hij die het leven zelf is, sterft en geeft daarmee dus Zichzelf volledig. Jezus geeft alles wat Hij heeft, zodat wij nooit meer de weg alleen hoeven te lopen, dat wij niet meer hoeven te betalen wat we kapot hebben gemaakt. 

Jezus kiest ervoor om weg te gaan van de Vader die op de uitkijk staat te wachten tot zijn zonen en dochters terugkomen en zoekt ons op en komt ons halen. Hij loopt de hele weg, waar jij ook gaat en Hij brengt jou thuis in de armen van de Vader. Jezus gaat nog verder: Hij loopt niet alleen mee, Hij betaalt de prijs die wij nooit kunnen betalen. Hij gaat de dood in en draagt daarmee alles wat op jou en op mij terecht had moeten komen. Dat is liefde, want alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze (1 Korintiërs 3:7). Jezus verdroeg alles voor jou, gelooft in jou, hoopt op jou en volhardt door de dood heen voor jou. En deze pure, volmaakte liefde die Jezus heeft voor jou overwint alles, zelfs de dood en alle machten die daarbij horen. 

En de Vader rent op Hem af, valt Hem om de hals en kust Zijn Zoon en zegt: Laten we eten en feestvieren, want deze Zoon was dood en is weer levend geworden, Hij was verloren en is gevonden! Jezus is weer thuis! Dát is Pasen. Dat is wat we zondag vieren. Het feest dat dé Zoon van de Vader dood is en weer levend is geworden. Voor jou. En mét jou. 

Waar ben jij? Ben je als jongste zoon verdwaald en weet je niet wat je aan moet met Pasen, met regels, met een God die mens wordt? Of ben je als oudste zoon buiten dit feest en vind je het stom dat de Zoon die dood was weer leeft, dat jij geen feestmaal krijgt na het harde werken? 

Waar jij ook bent, de Vader nodigt je uit om dit feest mee te vieren. En wanneer je meeviert, kom je zelf ook thuis. Dan blijkt dat de Broer die thuis is gekomen, jou thuis heeft gebracht en viert de hemel het feest over jouw thuiskomst mee! 

Laten we eten en feestvieren want de thuiskomst van Jezus, betekent jouw thuiskomst! Dát is een groot feest waard! Want, jij was dood en bent weer levend geworden, je was verloren en bent FOUND.